Controleer regelmatig de bandenspanning.
Bandenspanning controleren (snelle checklist)
Doel: rijd veilig, bespaar brandstof en voorkom extra bandenslijtage door elke 2 maanden je bandenspanning (en bandenconditie) te controleren.
1) Zoek de juiste adviesbandenspanning
• Vind de sticker in de auto (deurstijl bestuurderskant, binnenkant brandstofklepje) of in het instructieboekje.
• Gebruik de “volle belading”-waarde als je met passagiers en bagage rijdt (staat ook op de sticker).
2) Meet met koude banden
• Meet bij voorkeur voordat je gaat rijden (dus met ‘koude’ banden).
• Heb je al >15 minuten of >5 km gereden? Tel dan 0,3 bar bij de advieswaarde op.
3) Pas aan op je belading
• Rijd je met meerdere inzittenden en/of veel bagage? Gebruik dan de voorgeschreven bandenspanning voor volle belading.
• Controleer of je voor- en achterbanden de juiste (gelijke) waardes hebben.
4) Controleer banden op schade
• Controleer profiel, scheurtjes, bobbels en spijkers/schroeven en laat bij twijfel dit direct beoordelen door de bandenspecialist.
• Vervang bij bovenstaande constateringen tijdig je banden, om het risico op een klapband te verkleinen.
5) Controleer het reservewiel
• Controleer spanning én conditie (ook dit wiel loopt langzaam leeg).
• Zorg dat je het juiste ventieldopje/adapter en gereedschap paraat hebt.
6) Vergeet de caravan of aanhanger niet
• Controleer vóór vertrek ook de bandenspanning en zichtbare schade van caravan/aanhanger.
• Neem de juiste advieswaarden over uit sticker/handleiding van caravan/aanhanger.
7) Borg het als routine (elke 2 maanden)
• Zet een terugkerende herinnering in je telefoon: “Bandenspanning checken – elke 2 maanden”.
• Plan extra controle vóór lange ritten en vóór vakantie (zeker bij volle belading).
Actie (nu doen): plan vandaag een terugkerende reminder en voer de check uit vóór je volgende rit.
Lees ook